Hoe vergaat het werkenden met een jobcoach op de arbeidsmarkt?

Marloes de Graaf-Zijl, Paul de Hek, Arie-Jan van der Toorn & Elisa de Vleeschouwer

Jobcoaching: wat is het?1

Een jobcoach ondersteunt mensen met een structurele arbeidsbeperking bij het uitvoeren van regulier werk bij een reguliere werkgever. Het fenomeen jobcoaching is begin jaren negentig vanuit de Verenigde Staten overgewaaid naar Nederland. De begeleiding door de jobcoach is erop gericht de klant steeds zelfstandiger zijn werkzaamheden uit te laten voeren. Taken van een jobcoach zijn bijvoorbeeld het introduceren van de klant bij de werkgever, het structureren van het werk, het inwerken van de werknemer, het verhelpen van lastige situaties, het begeleiden op het werk en het begeleiden in de thuissituatie (als de thuissituatie belemmerend is voor het werk). De jobcoach coacht ook de werkgever, zodat die de begeleiding van de werknemer op termijn zelf op zich kan nemen. Het doel van de jobcoach is dus om zichzelf zoveel mogelijk overbodig te maken, tenzij de beperking van de klant vraagt om blijvende ondersteuning.

UWV heeft de wettelijke taak jobcoaching te verstrekken aan mensen met een structureel functionele beperking. UWV bepaalt of sprake is van zo’n structureel functionele beperking en of een jobcoach noodzakelijk is ter compensatie van die beperking. Zowel de werknemer als zijn werkgever kunnen bij UWV jobcoaching aanvragen.2 Die jobcoaching wordt vervolgens verstrekt door een erkende3 jobcoachorganisatie. Tussen 2013 en 2018 zijn ongeveer 25.000 mensen gestart met een baan waarbij ze begeleiding kregen van een jobcoach. Van deze groep heeft 95% een Wajonguitkering en 5% een WGA-uitkering. Wajongers die met een jobcoach werken hebben vaak een verstandelijke beperking, een psychische aandoening of autismespectrumstoornis, in de WGA-groep zitten vooral mensen met een lichamelijke of psychische aandoening.

Arbeidsmarktpositie

Veel mensen die beginnen te werken met een jobcoach starten met een proefplaatsing (zie figuur 1). Dit is werk met behoud van uitkering, waarbij de werkgever geen loon betaalt. Het is bedoeld als onbetaalde proeftijd – zodat werkgever en werknemer laagdrempelig aan elkaar kunnen wennen en kunnen bepalen of het werk past bij de klant – waarna de werkgever de betreffende werknemer in principe in dienst neemt.4 59 Procent van de Wajongers en 45 procent van de WGA’ers die beginnen te werken met een jobcoach start in een proefplaatsing (tijdstip 0 in figuur 1). Naarmate de tijd voortschrijdt, neemt het aandeel dat werkt op een proefplaatsing af. Een proefplaatsing duurt maximaal twee maanden. Dat er op latere momenten toch mensen met een proefplaatsing zijn, komt doordat mensen na het verlies van een baan of proefplaatsing opnieuw een proefplaatsing (bij een andere werkgever) kunnen krijgen.

Het aandeel mensen dat met een jobcoach in een reguliere betaalde baan werkt, neemt in de eerste maanden na de start snel toe. Veel proefplaatsingen worden dus daadwerkelijk omgezet in reguliere dienstverbanden. Na zes maanden werkt twee derde deel van zowel de Wajongers als de WGA’ers in een reguliere betaalde baan en wordt daarbij nog begeleid door de jobcoach. Na dat eerste halfjaar neemt het aandeel dat werkt in een reguliere baan met jobcoach af. Dat komt doordat zowel het aandeel dat werkt zonder jobcoach toeneemt, als het aandeel dat geen werk meer heeft.

Drie jaar na de start van de jobcoaching is ruim 60 procent van de Wajongers aan het werk, waarvan de helft zonder een jobcoach (zie figuur 1 links). Bijna 40 procent werkt niet. Van de WGA’ers heeft 50 procent drie jaar na de start van de jobcoaching werk, waarvan twee derde zonder jobcoach (zie figuur 1 rechts). 50 Procent werkt niet. De grootste verschillen tussen Wajongers en WGA’ers zijn:

  • Wajongers starten vaker in een proefplaatsing
  • Wajongers blijven vaker jarenlang doorwerken met een jobcoach
  • Twee à drie jaar na de start van de jobcoaching werkt een groter deel van de WGA’ers niet meer.
Figuur 1. Arbeidsmarktpositie in maanden na start jobcoaching

Lonen en gewerkte uren

Bij de start werken WGA’ers ongeveer 22 uur en Wajongers ongeveer 25 uur per week en dit blijft gelijk in de jaren daarna (zie figuur 2). Het reële uurloon (gecorrigeerd voor inflatie) neemt in beide groepen toe in de jaren na de start van de jobcoaching. WGA’ers hebben bij de start van de jobcoaching een gemiddeld uurloon van € 11,67, Wajongers € 6,68. Na drie jaar is het gemiddelde uurloon van een werkende WGA’er € 15,00 en van een Wajonger € 9,25.5

Vast contract

Naarmate de tijd voortschrijdt, krijgen zowel Wajongers als WGA’ers vaker een vast contract (zie figuur 2).6 Vooral rond de twee jaar na de start van jobcoaching stijgt het aandeel vaste contracten. Dit is een logisch moment, aangezien werkgevers (in de observatieperiode van dit onderzoek) vanwege de Wet werk en zekerheid na twee jaar verplicht waren om een vast contract te geven, of het dienstverband te beëindigen. Na drie jaar heeft 37 procent van de werkende Wajongers en 45 procent van de werkende WGA’ers een vast contract.

Figuur 2. Toename uurloon en vast contract, stabiel aantal gewerkte uren

Toelichting: Deze figuren tonen indexcijfers van het uurloon, het aantal gewerkte uren en het aandeel vast contract. Maand 0 is in deze figuur de start van de eerste baan. In de legenda is aangegeven op welk punt de lijnen starten. Het aandeel vast contract begint bijvoorbeeld voor de Wajonggroep op 15% (indexcijfer 100) en het indexcijfer stijgt naar bijna 250 na drie jaar. Het aandeel is na drie jaar dus 250/100 = 2,5 keer zo hoog als bij de start. Het aandeel vaste contracten is na drie jaar dus ongeveer 15%*2,5 = 37,5%. Deze indexcijfers zijn gecorrigeerd voor samenstellingseffecten d.m.v. fixed-effectanalyse.

Baanbeëindigingen en -wisselingen

Veel Wajongers en WGA’ers verliezen hun baan en/of wisselen van baan/werkgever (zie tabel 1). Gemiddeld verliezen WGA’ers eens in de drie jaar hun baan, Wajongers iets vaker (1,2 keer per drie jaar). Ongeveer een derde start daarna direct in een andere baan, ruim een derde vindt werk na een periode werkloosheid van gemiddeld vijf tot zes maanden. Ongeveer een kwart vindt geen nieuwe baan.

(A)(B)(C)(D)
Wajong1,232%43%6 maanden
WGA138%31%5 maanden
Tabel 1. Baanbeëindigingen, doorstroom naar een nieuwe baan en tussentijdse werkloosheid.

A= Gemiddeld aantal baanbeëindigingen in 3 jaar na start jobcoaching
B= percentage van (A) dat direct in nieuwe baan begint
C= percentage van (A) dat in een nieuwe baan begint na een periode van werkloosheid
D= Gemiddelde lengte werkloosheidsperiode van (C)

Conclusie

Ruim de helft van de mensen die vanuit UWV jobcoachbegeleiding krijgen, werkt na drie jaar dus nog steeds (of weer). Een kleine meerderheid van hen maakt niet langer gebruik van een jobcoach. Als mensen erin slagen om aan het werk te blijven, dan neemt hun reële loon in de loop van de tijd toe, maar het aantal gewerkte uren niet. Hoewel de meeste mensen aangewezen blijven op een tijdelijk contract, neemt het aandeel vaste contracten ook toe. Dit alles lijkt zeker niet slecht, gegeven dat dit een groep betreft waarvan arbeidsdeskundigen hebben vastgesteld dat ze het zonder begeleiding waarschijnlijk niet zouden redden op de reguliere arbeidsmarkt. Doordat er geen sprake is van een controlegroep, kunnen deze resultaten echter niet in termen van netto-effectiviteit geïnterpreteerd worden.


1 Dit artikel is een verkorte versie van M. de Graaf-Zijl, P. de Hek, A.J.. van der Toorn en E. de Vleeschouwer (2019), Werkenden met een jobcoach: hoe vergaat het ze op de arbeidsmarkt?, UWV Kennisverslag 2019-9.

2 Als de werknemer jobcoaching aanvraagt, dan is er sprake van externe jobcoaching. De werkgever kan een subsidie voor interne werkbegeleiding (jobcoaching) aanvragen. Beide worden door UWV aangeboden. Voor beide is een apart protocol. Ook gemeenten kunnen jobcoaching aanbieden aan hun klanten. Jobcoaching door gemeenten valt buiten het bestek van dit artikel.

3 Hiervoor heeft UWV het Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning.

4 Een voorwaarde voor een proefplaatsing is een intentieverklaring voor een baanaanbod van minimaal zes maanden indien de werknemer naar tevredenheid functioneert.

5 Mogelijk speelt hier bij de Wajongers een toename van het minimumloon met de leeftijd (t/m 23 jaar) een rol, en/of een afname van loondispensatie. Samenstellingseffecten spelen echter geen rol, want deze cijfers zijn gecorrigeerd voor samenstellingseffecten. De geobserveerde loonstijging wordt dus niet veroorzaakt doordat vooral de meest productieve mensen aan het werk blijven (zie de toelichting bij figuur 2). Het nulloon van proefplaatsingen is in deze berekening niet meegenomen. De overgang van proefplaatsing naar betaalde baan is dus ook geen oorzaak van de waargenomen loonstijging.

6 Het aandeel vaste contracten bij de start van jobcoaching ligt met 15% vrij hoog. Volgens de UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2018 lag het aandeel vaste contracten voor Wajongers bij de start van een baan op 10% in 2015 en op 7% in 2016 en 2017. Daarnaast speelt hier mee dat een aantal mensen al voor de start van de jobcoaching een baan had bij dezelfde werkgever. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld als eis bij het verlengen van een contract, of voor het in dienst houden van een werknemer vragen om begeleiding door een jobcoach, ook als die niet vanaf de start begeleid werd door een jobcoach. (Alle personen die aan het begin van hun observatieperiode al in een later stadium van jobcoaching zaten, zijn uit de dataset verwijderd.)

Over de auteur

Marloes de Graaf-Zijl1975

Senior kennisadviseur, UWV

Over de auteur

Paul de Hek1969

Senior onderzoeker, SEOR

Over de auteur

Arie-Jan van der Toorn1994

Junior onderzoeker, SEOR

Over de auteur

Elisa de Vleeschouwer1993

Junior onderzoeker, SEOR