Investeren in post-initiële arbeidsmarktgerichte scholing = investeren in een leven lang kansen

Scholing kan mensen een betere plek op de arbeidsmarkt geven en een leven lang kansen bieden. Het is mogelijk meer mensen te scholen. Hier volgen vijf succesfactoren die bijdragen aan effectieve arbeidsmarktgerichte scholing. Ze zijn in opdracht van het UWV benoemd op basis van systematisch literatuuronderzoek, een analyse onder meer dan 3000 deelnemers aan post-initiële scholing en een analyse van (inter)nationale good practices.

Maurice de Greef & Merel Heimens Visser

Vijf succesfactoren van post-initiële scholing

De noodzaak van een goede infrastructuur voor scholing groeit door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Met name laagopgeleide mensen dreigen steeds vaker de boot te missen. Volgens het CBS/SCP (2015) neemt de ongelijkheid met hoogopgeleiden toe.  Laagopgeleiden werken vaker in een sector waar geconcurreerd kan worden op loonkosten. Daarbij komen onder andere technologische ontwikkelingen en het feit dat laaggeschoold ondersteunend werk vaker uitbesteed wordt. Ook lijken steeds strengere eisen gesteld te worden aan de competenties voor laaggeschoolde beroepen. Volgens het OECD (2018) is het van belang om de skills van álle Nederlanders, dus óók van laaggeschoolden, te benutten en te verbeteren. Leren is echter niet voor iedereen hetzelfde. Vrooman et al. (2016) geven aan dat laagopgeleiden door scholing meer effecten op de lange termijn zullen ervaren (zoals een goed salaris en verbeterde kansen op werk), dan op korte termijn.

Laagopgeleiden zouden de kans moeten krijgen om (net als hoogopgeleiden) gewilde competenties te verwerven en zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Daardoor krijgen ze een betere plek in onze samenleving. Uit de literatuur, onderzoek naar de impact van post-initiële scholing en de analyse van 22 (inter)nationale good practices uit 19 landen, kwamen de volgende vijf succesfactoren naar voren:

  1. De fundering: De inbedding in de persoonlijke leefsituatie en het re-integratieproces als geheel
  2. De coach: Het belang van intensieve persoonlijke face-to-face begeleiding met oog voor eventuele beperkingen
  3. De deelnemer: Het zelf stellen van doelen en geleidelijke toename van eigen regie
  4. De leeromgeving: Maatwerk in een leerwerkomgeving
  5. Transfer: Het bevorderen van toepassing van het geleerde in de eigen situatie met oog voor basisvaardigheden

Hoe gebruik je deze succesfactoren voor post-initiële scholing?

Succesfactor 1

De fundering: De inbedding in de persoonlijke leefsituatie en het re-integratieproces als geheel

Om van scholing een succes te maken, is een goed beeld van de deelnemer nodig. Vorm dit beeld snel om de deelnemer te motiveren of gemotiveerd te houden. Wacht dus niet te lang met de start van de begeleiding van de deelnemer. Belangrijk zijn eerder verworven competenties, afgeronde scholing, interesses en ervaringen. Ook de leefsituatie van de deelnemer moet in beeld worden gebracht. Uit de literatuur blijkt dat deelnemers een balans moeten vinden tussen de eisen van de scholing en de andere eisen van het leven.

Succesfactor 2

De coach: Het belang van intensieve persoonlijke face-to-face begeleiding met oog voor eventuele beperkingen

Veel landen onderstrepen het belang van een goede coach en geven aan dat er sprake moet zijn van intensieve persoonlijke begeleiding die rekening houdt met eventuele beperkingen. Intensieve begeleiding bieden in bijvoorbeeld de vorm van loopbaanbegeleiding is een vak. De coach moet in staat zijn competenties, mogelijkheden, wensen en behoeften in kaart te brengen. Ook van belang zijn eerdere werk- en leerervaringen en de toekomstige mogelijkheden. Daarnaast moet de coach kennis hebben van de arbeidsmarktsituatie.

Succesfactor 3

De deelnemer: Het zelf stellen van doelen en geleidelijke toename van eigen regie

Uit de literatuur blijkt dat de deelnemer zelf moet kunnen reflecteren op wat hij of zij doet om zelf beslissingen te kunnen nemen. Het stellen van doelen gaat hand in hand met zelfsturing. Als de deelnemer zelf de regie in handen kan nemen en eigen doelen kan stellen, lijken de kans groter op een succesvol leerresultaat en het verkrijgen van een betere plek op de arbeidsmarkt. Ook zelfredzaamheid, zelfvertrouwen en trots worden (h)erkend als opbrengst. Deze bredere blik wordt ondersteund met wetenschappelijk bewijs over de impact van scholing.

Succesfactor 4

De leeromgeving: Maatwerk in een leerwerkomgeving

Een ideale leeromgeving combineert leren en werken. Dat geldt zowel voor deelnemers als voor begeleiders. Het gaat volgens hen om de combinatie van praktijk en theorie. Er zijn in Nederland al goede voorbeelden van samenwerking met werkgevers benoemd, maar lang niet in elke regio. Bij veel arbeidsdeskundigen, re-integratiebegeleiders en adviseurs van het UWV bestaat duidelijk behoefte aan expertise rondom leerwerktrajecten.

Succesfactor 5

Transfer: Het bevorderen van toepassing van het geleerde in de eigen situatie met oog voor basisvaardigheden

Wil een volwassene constructief leren, dan moet hij of zij het geleerde toe kunnen passen in de eigen dagelijkse situatie. Onderzoek laat zien dat de aandacht voor een goede transfer tijdens het leren bijdraagt aan het vinden van werk.  Aandacht voor de basisvaardigheden (zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden), psychologische aspecten en ondersteuning op het sociale vlak en het privéleven kunnen ervoor zorgen, dat men (alsnog) een kwalificatie behaalt en daarnaast succesvol kan re-integreren op de arbeidsmarkt.  Er moet voldoende aandacht zijn voor deze basisvaardigheden.

Samengevat

Voor partijen als het Ministerie van OCW, het Ministerie van SZW, de gemeenten, de ROC’s, private aanbieders en non-formele aanbieders van scholing, ligt er een opdracht om een kwalitatief goede infrastructuur van scholing te realiseren. Zo kunnen we de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden tegengaan en ervoor zorgen dat ook laagopgeleide volwassenen actief kunnen zijn in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Om de post-initiële scholing succesvol te maken, is aandacht nodig voor de leefsituatie van de deelnemer en  moet geïnvesteerd worden in een goede professionele begeleiding. De deelnemer kan zelf zijn doelen stellen en het leerproces regisseren. De transfer naar de praktijk krijgt voldoende aandacht, mogelijkerwijs in een leerwerkomgeving. Als we hierin investeren, vergroot post-initiële scholing de kansen voor laagopgeleide volwassenen, zodat de slogan een ‘leven lang kansen’ ook voor hen opgaat.

Referenties

CPB/SCP (2015). De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025. Den Haag: Centraal Planbureau/Sociaal en Cultureel Planbureau.

OECD. (2018). Education at a glance 2018: OECD indicators. Paris: OECD Publishing.

Vrooman, C., Josten, E. & Van Echtelt, P. (2016). De laagopgeleiden van de toekomst: meer dan een scholingsprobleem. Den Haag: SCP.

Meer lezen?

Download hier het onderzoeksrapport: https://www.uwv.nl/overuwv/kennis-cijfers-en-onderzoek/kennis-onderzoeken/succesfactoren-voor-post-initiele-arbeidsmarktgerichte-scholing.aspx

Over de auteur

Maurice de Greef1980

Leerstoelhouder van de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie, Vrije Universiteit Brussel

Over de auteur

Merel Heimens Visser1971

Directeur-bestuurder bij de Hersenstichting