Column

Keuze, lot of toeval?

Paul de Beer

We leven in een meritocratische samenleving waarin de maatschappelijke positie die mensen bereiken, wordt bepaald door hun persoonlijke verdiensten of ‘merites’. Je wordt niet beoordeeld op wie je bent (man of vrouw, zwart of wit) of waar je vandaan komt (sociale klasse of migratieachtergrond), maar op wat je presteert. Wie slim is en hard werkt, zal het verst komen. Maatschappelijke tegenslag, zoals werkloosheid of armoede, is het gevolg van eigen keuzen, van persoonlijk falen.

Dit meritocratische denken vormt een belangrijke basis voor het beleid op het gebied van werk en inkomen. Werkloosheid en armoede worden opgevat als een individueel probleem, een gevolg van tekortschietende scholing of gebrek aan motivatie. Veel onderzoek laat echter zien dat de levensloop van mensen nog altijd sterk wordt bepaald door hun afkomst (zie de andere bijdragen aan dit magazine). Waar je wieg heeft gestaan, bepaalt nog steeds in hoge mate je levenskansen. En hoe slim je bent, is ook geen eigen keuze, maar een lot uit de (genetische) loterij. Ook gebeurtenissen in je jeugd, zoals echtscheiding van je ouders, kunnen lang hun sporen nalaten, zoals Joanne Muller in dit magazine laat zien.

En dan is er nog een derde factor die de levensloop mede bepaalt, maar waar we nog weinig van weten: toeval. Gedurende je leven overkomen je allerlei toevalligheden waar je geen invloed op hebt, maar die je leven wel een andere wending kunnen geven. Een zwaar ongeval, het overlijden van je partner, het faillissement van het bedrijf waar je werkt. Maar ook positieve gebeurtenissen, zoals via een kennis je droombaan vinden.

Uiteindelijk is de levensloop een optelsom van eigen keuzen, het lot en toeval. Dat zou voor de winnaars een reden moeten zijn om hun succes niet louter als een persoonlijke prestatie te zien, een eigen verdienste, maar ook als iets wat zij in de schoot geworpen krijgen. Dat besef zou moeten leiden tot wat meer mededogen met diegenen die minder succes hebben in hun leven, die kampen met langdurige werkloosheid, armoede, schulden, verslaving. Er zijn altijd wel redenen te vinden waarom zij hun tegenslag aan zichzelf te wijten hebben, aan verkeerde keuzen en domme beslissingen. Maar wie neemt er nooit een domme beslissing in haar of zijn leven? Laten we niet uit het oog verliezen dat er ook altijd andere factoren in het spel zijn – een erfenis van je jeugd of domme pech – waardoor de kans groter is dat je een verkeerde beslissing neemt en die beslissing bovendien extra slecht uitpakt.

In het beleid op het terrein van werk en inkomen zouden we veel meer oog moeten hebben voor die achterliggende factoren, die bij kwetsbare groepen vaak een grote rol spelen. Je levensloop hangt nog altijd sterk samen met je afkomst. Door een toevallige gebeurtenis kun je plotseling in grote problemen geraken. Het beleid zou zich er vooral op moeten richten om kwetsbare mensen te ondersteunen om de wissel om te zetten, door niet hun tekortkomingen te benadrukken, maar hen te helpen hun sterke kanten te ontwikkelen. Door te voorkomen dat ze hun verleden als een loden last meetorsen (schulden!), en hen de kans te bieden een nieuwe start te maken zodat hun levensloop een wending ten goede kan nemen.  

Over de auteur

Paul de Beer1957

Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter KWI