Syrische statushouders: zet corona een streep door de stijgende arbeidsparticipatie?

Het is al weer vijf jaar geleden dat grote aantallen asielzoekers zich in Nederland meldden. Onder hen vormden de Syriërs verreweg de grootste groep. Inmiddels wonen er ongeveer 100.000 personen met een Syrische achtergrond in Nederland. De positie van zogenoemde statushouders en de manier waarop zij in Nederland hun weg vinden, is de afgelopen jaren periodiek onderzocht, via registergegevens en surveys (CBS 2020, Dagevos et al. 2020). In deze bijdrage kijken we naar de ontwikkeling in de arbeidsparticipatie van Syrische statushouders. Dit doen we tegen de achtergrond van het zogenoemde refugee entry effect en de mogelijke gevolgen van de corona-crisis voor het verdere verloop van de arbeidsmarktintegratie van Syrische statushouders.

Jaco Dagevos & Emily Miltenburg

Surveys onder Syriërs

In deze bijdrage maken we gebruik van informatie verzameld in twee surveys onder Syrische statushouders. De vragenlijst is ontwikkeld met bijdragen van het SCP, WODC en RIVM. Ze zijn afgenomen in 2017 en 2019 bij personen die tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2016 een status hebben gekregen. Ook personen die zich als nareiziger of gezinshereniger bij een Syrische statushouder hebben gevoegd, behoren tot de onderzoeksgroep. De personen die in 2017 zijn geïnterviewd zijn opnieuw benaderd in 2019. In 2017 zijn ruim 3200 en in 2019 ruim 2500 Syrische statushouders ondervraagd. De respons bedraagt in beide waves ruim 80%, de uitval is beperkt en niet selectief.

Refugee entry effect1

Eerder onderzoek onder statushouders (bv. Connor, 2010; Bakker et al., 2017) wijst op een zogenoemd refugee entry effect. In de eerste fase van hun verblijf is de arbeidsparticipatie laag, waarna die geleidelijk toeneemt naarmate statushouders langer in Nederland verblijven. Dat maar weinig statushouders snel betaald werk vinden, wordt aan verschillende factoren toegeschreven. De aanleiding voor de vlucht, de vlucht zelf en de periode in de opvang zijn stressvolle gebeurtenissen die een wissel trekken op de (mentale) gezondheid van statushouders. Ongeveer veertig procent van de Syrische statushouders kan als psychisch ongezond worden aangemerkt, dat is driemaal zo hoog als in de algemene bevolking. Onzekerheid over de mogelijkheden tot gezinshereniging en over waar familieleden zich bevinden, brengt met zich mee dat men nauwelijks ‘mentale ruimte’ heeft voor andere activiteiten, zoals de inburgering en het leren van de taal. Ook de arbeidsmarkt is dan ver weg. Statushouders hebben enige tijd nodig om te ‘landen’ en Nederland te leren kennen. En hoewel bij veel statushouders een sterke wens leeft om te gaan werken, krijgt het leren van de Nederlandse taal vaak prioriteit, ook omdat men binnen drie jaar moet voldoen aan de inburgeringsplicht. Dat laat zich niet altijd verenigen met (het zoeken naar) betaald werk.

Het refugee entry effect is zichtbaar bij de Syrische statushouders die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen: in de beginjaren is de arbeidsparticipatie laag. In de survey van 2017 had een op de tien betaald werk, 78 procent bevond zich niet op de arbeidsmarkt, dat wil zeggen dat men geen betaald werk had, op dat moment geen betaald werk wilde of daar naar op zoek was. Syrische statushouders waren massaal bezig met inburgering en het leren van de Nederlandse taal: tachtig procent volgde een taalcursus.

Twee jaar later zien we dat het aandeel Syrische statushouders met betaald werk is toegenomen. In 2019 heeft een derde van hen betaald werk, een verdriedubbeling in vergelijking met 2017. Een deel van de Syrische statushouders is in een andere fase terechtgekomen. Zij hebben taalcursussen en de inburgering afgerond en bijna de helft is zich gaan oriënteren op de arbeidsmarkt. Een aanzienlijke afname in twee jaar, al blijft het verschil met de algemene bevolking (15-74 jaar) groot: daarvan behoort 29 procent tot de niet-beroepsbevolking. Tijd doet er dus toe. Dat zien we ook als we kijken naar het ‘oudste’ jaar in ons cohort. Van de Syriërs die in 2014 naar Nederland zijn gekomen, heeft in 2019 ruim twee vijfde een betaalde baan, van degenen die in 2016 in Nederland zijn gaan wonen geldt dit voor een vijfde.

In hoeverre de oplopende arbeidsparticipatie is toe te schrijven aan beleid, valt niet te zeggen, doordat gericht onderzoek ontbreekt. Wat we wel kunnen zeggen is dat in de afgelopen jaren veel beleid tot ontwikkeling is gekomen. Met de komst van grote aantallen statushouders in 2015 is een breed besef gegroeid dat vroegtijdig, intensief en specifiek beleid gewenst is. Veel gemeenten hebben specifieke op statushouders gerichte maatregelen in het leven geroepen, zo blijkt uit de monitoren van gemeentelijk beleid die het Kennisplatform Integratie & Samenleving jaarlijks uitbrengt. Daarnaast hebben vele bedrijven en andere maatschappelijke organisaties activiteiten ontplooid.

De hoogconjunctuur van de afgelopen jaren zal hebben bijgedragen aan de toegenomen participatie van statushouders op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktpositie van migrantengroepen is sterk onderhevig aan de conjunctuur. Een treffende metafoor is dat leden van migrantengroepen achter aan de rij staan op de arbeidsmarkt. Pas als de algemene werkloosheid fors terugloopt, komen leden van migrantengroepen in aanmerking voor een baan, maar bij oplopende werkloosheid verliezen ze als eersten hun baan en nemen hun kansen op werk snel af. Empirisch zien we dit bij migrantengroepen in snelle stijgingen in de werkloosheidscijfers bij een neergaande conjunctuur en omgekeerd: een langzamere daling bij een aantrekkende conjunctuur.

Naar een langdurig refugee entry effect?

Het beeld van de Syrische statushouders klopt dus met de voorspellingen van het refugee entry effect: in de eerste jaren van het verblijf is de arbeidsparticipatie zeer gering, maar met het toenemen van de verblijfsduur richten steeds meer statushouders hun vizier op de arbeidsmarkt en neemt het aantal met betaalde baan toe. De vraag is hoe bestendig deze toename zal zijn. Het uitbreken van de coronacrisis laat bijna niemand ongemoeid en naar alle waarschijnlijkheid zullen Syrische statushouders bijzonder getroffen worden. De geboekte baanwinst is namelijk fragiel: meer dan negentig procent van Syrische werknemers heeft een flexibele baan, in overgrote meerderheid aan de onderkant van de werkgelegenheidsstructuur. Dergelijke banen zijn gevoelig voor economische neergang.

Verder zijn Syrische statushouders vanwege hun aanbodkenmerken kwetsbaar. Daarbij gaat het onder meer over de beheersing van het Nederlands, de mentale gezondheid, buitenlandse diploma’s en sociale netwerken. Hoewel zij in de afgelopen jaren hun Nederlandse taal hebben verbeterd, geven zij zich gemiddeld voor hun beheersing van de Nederlandse taal een 5,6, met een flinke spreiding tussen leeftijds- en opleidingsgroepen. Syrische statushouders kennen een broze mentale gezondheid die in de afgelopen periode nauwelijks is verbeterd, een factor die van invloed is op de mogelijkheden tot participatie. Vanwege hun betrekkelijk korte verblijfsduur beschikt bijna niemand van de Syrische statushouders over een Nederlands onderwijsdiploma. Onderzoek onder vluchtelingengroepen die eerder naar Nederland kwamen, laat zien dat een Nederlands diploma misschien wel de belangrijkste factor is voor succes op de arbeidsmarkt (De Vroome & Van Tubergen, 2010; Bakker, 2016). Syrische statushouders hebben overwegend een buitenlands diploma dat op de Nederlandse arbeidsmarkt weinig waarde heeft. Bovendien zijn Syrische statushouders zeker niet allemaal hoog opgeleid. Ook sociale contacten hangen samen met toegang tot de arbeidsmarkt. Ongeveer een derde van de Syrische werknemers heeft zijn of haar baan gevonden via sociale netwerken. Aangenomen mag worden dat door corona de mogelijkheden om sociale contacten aan te gaan drastisch zijn afgenomen.

De voorspellingen hangen deels af van beleidskeuzes. Een belangrijke vraag is of het elan dat na 2015 in het landelijke en gemeentelijke beleid tot ontwikkeling is gekomen, gehandhaafd kan worden nu onze maatschappij worstelt met corona. We zijn daar niet optimistisch over. Het onderzoek laat zien dat de positieverwerving van statushouders, ook in tijden van hoogconjunctuur en gericht beleid, heel voorzichtig vooruit gaat. Dat doet het ergste vrezen wanneer de conjunctuur omslaat en de beleidsaandacht verslapt. Dan ligt een verlenging van het refugee entry effect op de loer, zichtbaar door een stagnerende of dalende trend van de arbeidsparticipatie van statushouders.

Bronnen

Bakker, L. (2016). Seeking sanctuary in the Netherlands. Opportunities and obstacles to refugee integration. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bakker, L., J. Dagevos en G. Engbersen (2017). Explaining the refugee gap: a longitudinal study on labour market participation of refugees in the Netherlands. In: Journal of Ethnic and Migration Studies, 43 (11), p. 1775-1791.

Connor, P. (2010). Explaining the refugee gap: Economic outcomes of refugees versus other immigrants. In: Journal of Refugee Studies, jg. 23, nr. 3, p. 377-397.

CBS (2020). Asiel en integratie 2020–Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/16/asiel-en-integratie-2020-cohortonderzoek-asielzoekers-en-statushouders.

Dagevos, J., W. Huijnk, M. Maliepaard en E. Miltenburg (2018). Syriërs in Nederland. Een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dagevos, J., E. Miltenburg, M. de Mooij, E. Uiters en A. Wijga (2020). Syrische statushouders op weg in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Miltenburg, E., J. Dagevos en W. Huijnk (2019). Opnieuw beginnen. Achtergronden van positieverschillen tussen Syrische statushouders. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Vroome, T. de en F. van Tubergen (2010). The Employment Experience of Refugees in the Netherlands. In: International Migration Review, jg. 44, nr. 2, p. 376-403.


1 Deze bijdrage is voor een belangrijk deel gebaseerd op Dagevos et al. 2018; Miltenburg, Dagevos en Huijnk, 2019 en Dagevos et al. 2020.

Over de auteur

Jaco Dagevos1965

Senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Over de auteur

Emily Miltenburg1987

Onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau